72 uur voorbereid: de overheid roept op dat iedereen is voorbereid; zijn we dat als gemeenten?
Het Rijk vraagt inwoners zich klaar te maken voor 72 uur zonder stroom, water of internet. Precies die inwoners verwachten van de gemeente dat die een coördinerende rol pakt tijdens de crisis. Hoog tijd dus om de vraag ook op de eigen organisatie te betrekken.
Je hebt het boekje vast zien liggen. Elk huishouden heeft het boekje van de campagne Denk vooruit ontvangen. De boodschap is duidelijk: door oplopende spanningen in de wereld en een grilliger klimaat wordt de kans op langdurige uitval simpelweg groter. Daarom de oproep: maak een noodpakket, bedenk een noodplan en spreek met elkaar af wie wat doet als het misgaat.
Voor inwoners is die boodschap helder. Maar er zit een kant aan die makkelijk over het hoofd wordt gezien: als de stroom uitvalt, het water wegblijft of een cyberaanval de systemen platlegt, is de gemeente niet zomaar toeschouwer. Dan word je juist de partij waar mensen op rekenen, voor de crisisopvang, voor betrouwbare informatie en meer. Kortom: op het moment dat inwoners zichzelf 72 uur moeten redden, moet jouw gemeente gewoon blijven draaien. En dat gaat niet vanzelf.
Waar het om draait: de overheid vraagt inwoners 72 uur zelfredzaam te zijn omdat hulpdiensten niet overal tegelijk kunnen zijn. Voor gemeenten en aanverwante organisaties geldt precies dat principe, maar dan omgekeerd: jullie zíjn de opvang. In het eerste etmaal van een verstoring moet je het met eigen mensen en eigen voorbereiding rooien. Wat je vooraf hebt geregeld, bepaalt hoe die uren verlopen.
BCM, zonder de zware woorden
Business Continuity Management (BCM) klinkt als iets voor een groot bedrijf met een eigen risicoafdeling, maar het is eigenlijk heel down-to-earth. Het komt neer op drie vragen: wat kunnen we echt niet missen, wat kan er misgaan, en wie doet wat als het misgaat? Geen dik draaiboek dat in een la ligt te verstoffen, maar afspraken die je van tevoren maakt en af en toe oefent.
Juist bij de lokale overheid is dat relevant. Een gemeente draait op een keten van partijen: de eigen ICT, de gemeenschappelijke regeling die de sociale dienst uitvoert, het afvalbedrijf, de leverancier van het zaaksysteem, de veiligheidsregio. Valt één schakel weg, dan merkt de hele dienstverlening dat. En anders dan een winkel die een dag dicht kan, kun jij tegen inwoners niet zeggen: kom volgende week maar terug.
De 72-uurgedachte, vertaald naar jouw organisatie
De campagne draait om drie stappen: noodpakket, noodplan, afspraken maken. Leg die naast je eigen organisatie en je hebt de basis van een continuïteitsaanpak te pakken.
Het noodpakket wordt een uitwijkvoorziening. Waar inwoners water en batterijen inslaan, zorg jij dat de systemen die er echt toe doen overeind blijven: back-ups die je ook echt kunt terugzetten, noodstroom voor de kritieke processen, en een manier om te blijven communiceren als het gewone netwerk platligt. De testvraag is simpel: als het zaaksysteem nu uitvalt, waar wijk je dan naartoe uit … en heb je dat ooit uitgeprobeerd?
Het noodplan wordt een continuïteitsplan. Dat begint met de vraag welke processen onmisbaar zijn: uitkeringen, burgerzaken, crisiscommunicatie, etc. Hoe lang kun je zonder, en wat is de schade per dag stilstand en welke gevolgen heeft langere uitval. Daaruit volgt hoe snel iets weer moet draaien en hoeveel gegevens je maximaal mag kwijtraken. Die keuzes sturen alles wat daarna komt.
Afspraken maken wordt je crisisorganisatie. Wie neemt de leiding als het misgaat? Wie informeert de raad, wie de pers, wie de ketenpartners? Waar komt het crisisteam samen als het gemeentehuis niet beschikbaar is? Dat soort dingen wil je weten vóórdat de telefoon gaat, niet erna.
Snelle zelftest: zijn jullie 72 uur voorbereid?
- Weet je welke drie processen echt niet stil mogen vallen?
- Heb je een recente back-up waarvan je het terugzetten ook echt hebt getest?
- Is er een contactlijst die ook zonder e-mail of intranet bereikbaar is?
- Weet iedereen wie tijdens een crisis de knopen doorhakt?
- Weet je hoe het ervoor staat bij je ketenpartners; de gemeenschappelijke regeling, het afvalbedrijf, je ICT-leverancier?
- Is het plan het afgelopen jaar geoefend, al is het maar met een tabletop oefening van een uur?
Meer dan twee keer «nee»? Dan is het tijd om de continuïteit eens serieus tegen het licht te houden.
En het is niet meer helemaal vrijblijvend
Voorbereiding is allang niet meer alleen een kwestie van gezond verstand. Met de Europese NIS2-richtlijn, in Nederland geregeld via de nieuwe Cyberbeveiligingswet, krijgen ook veel overheidsorganisaties en hun leveranciers wettelijke plichten rond risicobeheer, het melden van incidenten en het waarborgen van continuïteit.
De rode draad is dezelfde als in Denk vooruit: niet wachten tot het misgaat, maar vooraf nadenken en af en toe oefenen. Weerbaarheid koop je niet, die bouw je op.
Klein beginnen mag, stilzitten niet
De grootste valkuil is niet een te dun plan; het is helemaal geen plan, omdat de opgave zo groot lijkt. Dat hoeft niet. Begin met dezelfde vraag die de overheid aan inwoners stelt: wat hebben we nodig om de eerste 72 uur door te komen? Breng je kritieke processen in kaart, controleer of je back-ups werken, zet de belangrijkste contactgegevens op een plek die altijd bereikbaar is, en oefen één scenario met je team. Alleen die vier stappen brengen je al verder dan veel organisaties om je heen.
Van 72 uur denken naar 72 uur doen
Weet je niet precies waar je moet beginnen? PDCS helpt gemeenten om continuïteit praktisch te organiseren: van het bepalen van kritieke processen en afhankelijkheden tot het maken én oefenen van werkbare afspraken. Geen standaardplan voor in de la, maar een aanpak die past bij jouw organisatie en gemeentelijke praktijk.
Wil je weten of jouw gemeente de eerste 72 uur goed doorkomt? Laten we de belangrijkste risico’s en eerste stappen eens samen op een rij zetten.
